...Het is dan ook zeker niet enkel en alleen de techniek, het zijn vooral de mensen!

Kartrekkers moeten uit de community zelf komen.

Als sportorganisatie en/of groep kun je nog zo'n gelikte community-website als deze aanbieden, als er geen behoefte is om er gebruik van te maken zal het geen succes worden. Voor een sporter, groep, sportafdeling en sportcommunity (club) is het belangrijk dat het moment van kritieke massa (Tipping Point theory) wordt bereikt. Dit werkt het beste als kartrekkers, vaak de early adopters, ambassadeurs en fans vanuit de community overige gebruikers enthousiasmeren, de individuele imago's verbonden via de verschillende Social Media kanalen met de eigen (sponsor)producten en webshop functionliteit er bij toegevoegd dus onder de aandachtbrengen en de interactie stimuleren.

De content die je aanbiedt moet aanzetten tot interactie

Na de realisatie van de community kun je als sporter, groep, sportafdeling of sportorganisatie (club) nog wel degelijk invloed uitoefenen op het succes van de community, door te zorgen dat de community content (inhoud) bevat die gebruikers dus willen delen. Binnen het intiatief voor de topsport(st)er.nl kan dit al iets simpels zijn als een foto of videoregistratie van een evenement, of competities, wedstrijd of CUP, maar zeker ook via de social media knoppen vanuit de kalender, het nieuws, etc.

Sport 2.0 en breedtesport ambities Olympisch Plan

Jaren terug alweer was en is een belangrijke stap in het OP 2028: ...is Nederland voor 2016 op Olympisch niveau brengen. De breedtesport speelt daar een cruciale rol in, sporters en sportverenigingen kunnen Sport 2.0 gebruiken om bij te dragen aan het halen van deze ambitie. Nederland op Olympisch niveau houdt onder andere in dat minimaal 75% van alle Nederlanders regelmatig aan sport moet doen. Een doelstelling die daar bij hoort - en alleen in het expertrapport vermeld staat - is dat het aandeel Nederlanders wat in georganiseerd verband sport verhoogd moet worden van 28% naar 35%. Kortom, ook de sportbonden en verenigingen moeten meer leden werven binnen een samenleving met een sterk individualistisch karakter en waar mensen op zoek zijn naar oplossingen waarmee ze zelf hun tijdsindeling kunnen bepalen.

Door nieuwe media zijn sporters steeds beter in staat om zonder een sportorganisatie zelf sport te organiseren. Een clubje waarmee je op zondagochtend gaat wielrennen is makkelijk gevormd en via bijvoorbeeld al een aantal jaren terug een Hyves pagina (...lees nu: groeps APP) kun je prima onderling communiceren en afspraken maken over te volgen routes of trainingsschema's, daar heeft een wielrenner geen vereniging meer voor nodig. Daarom is het terecht dat sportbonden zich toen en nu nog steeds buigen over een nieuwe definitie van wat leden zijn. De roep om meer een 'klantrelatie' aan te gaan met sporters en ze specifieke diensten te laten afnemen in plaats van een volledig lidmaatschap wordt steeds groter, maar hierbij blijft het een struikelblok hoe het verenigingsgevoel gewaarborgd moet blijven. Wanneer leden zich als klanten gaan gedragen en puur consumeren bij een vereniging, zal de vereniging langzaam omvormen naar een commerciële organisatie zoals een fitnessclub (...als de personal trainer).

Het is dus belangrijk dat een vereniging ook een hechte gemeenschap blijft. Alles draait hierbij om een goede communicatie relatie, een goede interactie met de leden. Het traditionele verenigingsaanbod zal altijd een bepaalde doelgroep blijven bedienen, maar mensen die niet op vaste tijden willen sporten of altijd dezelfde sport willen beoefenen worden hier niet mee bediend. Een vereniging zou voor sporters die een dienst willen afnemen de mogelijkheid moeten bieden om via internet en mobiele technologie de regie in de sportbeoefening zelf in handen te nemen. Wanneer een sportvereniging zich ook zal toespitsen op het faciliteren van sportbeoefening waarbij ze de specifieke organisatie van de sport overlaten aan individuen die zich verenigen binnen een sportcommunity, kunnen zij een grotere doelgroep bedienen dan met het huidige verenigingsaanbod.

Op deze manier kunnen verenigingen meer sporters aan zich verbinden en bijdragen aan de Olympische ambitie. Zo kunnen verenigingen, zoals Andre Bolhuis het ook al destijds noemde in SPORT Bestuur & Management, het Olympisch Plan als 'sticker' op hun activiteiten plakken. Zowel voor de inzet van Sport 2.0 als bijdragen aan het Olympisch Plan geldt voor sporters maar vooral ook de verenigingen het advies van Gerard Dielessen: ‘Durf risico's te nemen! Soms moet je gewoon iets proberen en dan ga je af en toe op je plaat. Je kunt wel afwachtend zijn, maar doe het nou gewoon!’